Hardlopers

Waarom hardlopers niet lachen.

Bijna dagelijks fiets ik van en naar school. Een prettige route de stad uit, of in, met weinig verkeer. Dat geeft me de gelegenheid om vrij te kunnen denken. De beste lesvoorbereidingen en lesideeën worden dan geboren. Overpeinzingen en ideeën voor stukkies ontwikkelen zich vaak spontaan. Zo ook het volgende. Onderweg kom ik met grote regelmaat hardlopers tegen. Wat me dan opvalt is dat de gelaatsuitdrukkingen van de lopers weinig plezier vertonen. Er wordt nooit gelachen onder het lopen, sterker nog, de gezichten kijken vaak zorgelijk, moeilijk en ik meen zelfs een zweem van angst te zien. Ik heb dit lang niet begrepen. Waarom gaan die mensen hardlopen als ze het niet leuk vinden? Tot zo’n helder moment op de fiets na het lezen in “the Fifth Discipline” van Peter Senge (2006).

De kern van het probleem is al eens door een Weespernaar verkondigd. Onze nationale troetelbioloog, Midas Dekkers, zei het met weinig woorden “sport is slecht voor je gezondheid” en schreef daarover een heel boek vol. Maar er is meer aan de hand. Het begint bij de reden om te gaan hardlopen. Veel mensen gaan hardlopen omdat ze op die manier met stress om kunnen gaan en gezond bezig kunnen zijn. Stress die ontstaat door de baan, door privé omstandigheden of wat dan ook. Daarnaast nemen baan, privé en andere bezigheden veel tijd in beslag. Tijd die men eigenlijk denkt nodig te hebben om iets gezonds te doen. En dan gaan mensen hardlopen, want dat kan je zelf plannen, je bent in principe niet afhankelijk van anderen en je kan het overal doen. Je slaat twee vliegen in een klap. Door hard te lopen raken mensen de stressgevoelens kwijt en door de lichamenlijke inspanning werkt men aan de fysieke conditie. Het hardlopen geeft een kick en er ontstaat een lichte mate van euforie. Het werkt. Maar de stress blijft veelal terugkomen, stress op het werk, stress thuis, of waar dan ook. Dan maar meer hardlopen, want het werkt immers. En de cyclus die ontstaat versterkt zichzelf steeds meer. Er ontstaat wat Senge (2006) de spiraal van symptoombestrijding noemt. En deze spiraal leidt vaak tot een vorm van verslaving. En dan gaat het mis bij de hardlopers. Ze willen steeds meer en beter. De behoefte aan de kick en de euforie wordt steeds groter. Er ontstaat meer druk op de beschikbare tijd en de lichamelijke capaciteit. En dan komt de angst, de angst niet meer te kunnen hardlopen. Niet meer omdat er niet meer beschikbare tijd voorhand is of niet meer omdat het lichaam niet meer aan kan. Men kan het hardlopen niet meer missen. Vandaar dat hardlopers niet lachen. De angst niet meer te kunnen hardlopen wint het van de vreugde van het hardlopen. En eigenlijk gaat het nog dieper. De hardloper is zo geobsedeerd door de cyclus van symptoombestrijding – het hardlopen – dat hij vergeet fundamenteel aan het probleem van de stress te werken. Men gaat de cyclus van het fundamenteel verbeteren van de situatie niet in. De effecten van de stress worden alleen maar versterkt omdat de foute situatie blijft voortbestaan en er een nieuwe stress bij komt. Zo versterkt het hardlopen de gevoelens van stress en is er een zweem van angst op de gezichten te zien.

Nu gaat dit eigenlijk over het onderwijs, over waarom docenten wel lachen. Maar wanneer wordt er eigenlijk door docenten gelachen? Niet als het over het lesgeven gaat. De leerlingen werken niet mee, hebben nooit hun huiswerk gedaan, hebben hun spullen niet in orde, zijn alleen maar met elkaar of hun mobieltje bezig. Kortom het is niet leuk om les te geven aan pubers die niet willen. Niet als het over het rooster gaat. Niet als het over het nakijken van proefwerken gaat. Niet als het over rapport- of ander vergaderingen gaat. Wat valt er dan te lachen? Nou, met elkaar natuurlijk! Het is vaak erg gezellig op de school, de onderlinge sfeer is goed. Vooral op culturele avonden, schoolfeesten en uitstapjes. Dan heb je tijd om samen wat te kletsen en een hapje en een drankje te nemen. Dat is leuk en je leert elkaar kennen. We zijn vriendelijk voor elkaar en vinden troost bij elkaar. Het is goed dat we dat onderling hebben, dat hebben we nodig. En dan met name de vrijdagmiddag, het inluiden van het weekend. Even kletsen over …, niet over school. En dan kan er gelachen worden. Op de maandag, dinsdag en zeker de woensdag hoor je vaak, “oh, bijna vrijdagmiddag, bijna weekend”.

Ja en dan zijn we eigenlijk net als de hardlopers. De stress willen we kwijt en we maken het daarom regelmatig gezellig met elkaar. We leunen daar steeds meer op. En ook hier ontstaat dan angst. Angst om geen vriendjes meer met collega’s te kunnen zijn als je kritisch bent op elkaar. Kritisch omdat zaken voor school niet goed lopen, in de vaksecties, in de functionele teams, met het rooster en de urenverdeling. En als je elkaar gaat aanspreken op elkaars functioneren dan is het opeens niet meer zo gezellig en dan kunnen we niet meer lachen met elkaar. Maar ondertussen vergeten we te werken aan de fundamentele oplossingen van de problemen, juist omdat we niet meer open en kritisch kunnen praten over ons werk. Omdat we willen blijven hangen in het gevoel dat we het gezellig moeten hebben met elkaar kunnen we niet meer kritisch samenwerken. In kritische samenwerking moet je het oneens met elkaar kunnen zijn, moet je boos op elkaar kunnen worden, moet je ruzie kunnen maken. Kritische samenwerking is essentieel om samen verder te kunnen komen. Om samen de school verder te helpen. Om samen tot inzichten te komen, wezenlijk inzichten over de gesignaleerde problemen. Om samen te kunnen analyseren wat er fout gaat. Om samen tot echte oplossingen te kunnen komen.

Dit stukje is niet negatief bedoeld, het is bedoeld om de vinger op een gevoelige plek te leggen. Ik denk namelijk dat als we wel goed kunnen werken aan fundamentele oplossingen we het nog gezelliger krijgen. Gezelliger met de leerlingen en met elkaar. Ons werk kan weer echt leuk worden en we kunnen dan met nog meer vreugde de school dragen. We vinden voldoening niet alleen in de gezelligheid op de vrijdagmiddag, maar ook in de prestatie die we gedurende de week leveren. De cyclus van symptoombestrijding wordt dan een cyclus die de cyclus van de fundamentele probleemoplossingen ondersteunt. Beide cycli worden fundamenteel en versterken elkaar. Maar dan moeten we wel durven de gelijkheidsmythe in de platte onderwijsorganisatie aan te pakken.

Hoewel sporten misschien niet gezond is, is fietsen een prettige bezigheid voor lichaam en geest. Ik vind het heerlijk tegelijk te kunnen bewegen en te denken. Ik vind het mooi, ik kan erom lachen.

Vorige bericht
Een reactie plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: